donderdag 7 juni 2012

Kunst bevrijdt

'De geest moet waaien'. Een prachtige uitspraak. Hij is van Johnny van Doorn, ofwel Johnny the Selfkicker. De dichter/schrijver/performer die in de jaren '60 op de Nederlandse podia de poëzie op fenomenale wijze tot leven bracht met prachtige gedichten en explosieve performances, waarin hij zichzelf in extase soms leek op te blazen van de stomende energie die in hem borrelde. Een fenomeen!

Zo is het!


















En deze man is een geboren en getogen Arnhemmer! Ik ben er bloody trots op.
Naar hem is een prijs genoemd: de Johnny van Doornprijs voor de Gesproken Letteren. Afgelopen weekend kreeg Nico Dijkshoorn die prijs uitgereikt in Huis Oostpool. Omdat ook Dijkshoorn van het verwoorden van zijn teksten een feest maakt.
Als dank speelde Nico Dijkshoorn onder meer met zijn band Hank Five het nummer 'Get up' van James Brown. Door dit nummer heen weefde hij een prachtig gesproken verhaal van tante Sjaan, de toiletjuffrouw van de discotheek (we spreken jaren '70!). Ook tante Sjaan kon de verleidelijke en opzwepende soul-klanken niet meer weerstaan en stond op een gegeven moment te dansen op het dansvloertje: bevrijd door de muziek! 'Get up', tante Sjaan!


Portret van Johnny van Doorn in de prachtige
herinneringskrant na de uitreiking van de prijs. 
Het einde van het gedicht
'Een magistrale stralende zon',
van Johnny van Doorn.















Ik vond het prachtig. En realiseerde me dat Van Doorn al lang - en terecht! - tot de 'hoge kunsten' behoort. Mijn gedachten dwaalden even af naar een Arnhemmer die op een andere manier ook een fenomeen is: Henk Bruysten. Een man die twee grote wereldhits schreef voor z'n band Hank the Knife & the Jets - Guitar King en Stan the Gunman -, striptekenaar is en soms effe iets geks doet. Zoals in '83, toen hij het Ernemse volkslied schreef. Simpele rijmelarij-teksten over bier, biljarten en wèrme wurs, met een simpele feestdeun. Maar ik word ongelooflijk vrolijk van dit maffe nummer! Bruysten zet Ernum treffend neer, vooral door dat lekkere vette accent:
'We zin de jongus uut Ernum
Eers hebbe we 't koud en dan weer wè
rrum"






Ach, je moet 't horen. Luister nou eens twee keer naar dit nummer: je staat op tafel. Aan het eind vraagt iemand tussen de muziek door met bekakte stem: "Ober, poft u ook?" De ober, in plat Arnhems: "Ja, alleen veur de kop!"
Dit nummer wordt geregeld bij Vitesse voor een wedstrijd gedraaid. Op de tribune zie ik dan grote grijnzen en gasten die meezingen en meeswingen. Ze zijn eventjes net zo opgetogen en bevrijd als tante Sjaan. Wat maakt het dan uit, of het 'hoge' of 'lage' kunst is?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten